Speedtest-eenheden bij Ziggo uitgelegd: oorzaken van afwijkende resultaten

Leer de eenheden van een Ziggo-speedtest begrijpen en ontdek waarom wifi, apparatuur en netwerkdruk je meting kunnen beïnvloeden.

Gepubliceerd 2026-10-10 Laatst bijgewerkt 2026-10-10 Categorie: Gidsen

Welke eenheden toont een Ziggo-speedtest?

Een speedtest meet meestal download- en uploadsnelheid in Mbps, oftewel megabits per seconde. Dit is niet hetzelfde als MB/s, de eenheid die je soms bij bestandsdownloads ziet. Eén byte bestaat uit acht bits. Een snelheid van 100 Mbps komt theoretisch dus overeen met ongeveer 12,5 MB/s, voordat protocoloverhead en andere verliezen worden meegerekend.

Latency of ping wordt weergegeven in milliseconden (ms). Dit is de reactietijd tussen je apparaat en de testserver. Jitter geeft schommelingen in die reactietijd aan, terwijl packet loss het percentage verloren datapakketten beschrijft. Voor videobellen en online gamen zijn een lage latency, weinig jitter en geen packet loss vaak belangrijker dan alleen een hoge downloadsnelheid.

Oorzaak 1: wifi vertekent de meting

Een draadloze verbinding kan de snelheid beperken door afstand tot de router, betonnen muren, andere wifi-netwerken of storende apparaten. Vooral de 2,4GHz-band heeft vaak een groter bereik maar meer drukte. De 5GHz-band kan hogere snelheden bieden, maar het bereik is meestal kleiner. Een speedtest via wifi meet daarom niet altijd de capaciteit van de Ziggo-aansluiting zelf.

Oorzaak 2: de test gebruikt een ongeschikt apparaat

Een oudere laptop, smartphone of netwerkadapter kan de snelheid begrenzen. Ook een browser met veel actieve tabbladen, antivirussoftware of achtergrondprocessen kan invloed hebben. Een apparaat met een verouderde wifi- of ethernetadapter haalt mogelijk niet de snelheid die het modem en abonnement technisch kunnen leveren.

Oorzaak 3: modem, router of kabel vormt de beperking

Een modem of eigen router met verouderde firmware kan prestaties verminderen. Hetzelfde geldt voor een beschadigde netwerkkabel of een kabel die niet geschikt is voor de gewenste snelheid. Een bekabelde test met een recente ethernetkabel geeft doorgaans een betrouwbaarder beeld dan een draadloze meting.

Oorzaak 4: andere apparaten gebruiken de verbinding

Streaming, cloudback-ups, software-updates en downloads op andere apparaten verdelen de beschikbare capaciteit. Daardoor kan de gemeten download- of uploadsnelheid lager uitvallen. Vooral uploadverkeer kan de latency verhogen wanneer de verbinding volledig wordt benut. Dit verschijnsel wordt ook wel bufferbloat genoemd.

Oorzaak 5: de testserver of het netwerk is tijdelijk belast

Een speedtest maakt verbinding met een server. De afstand tot die server, de route ernaartoe en tijdelijke drukte kunnen het resultaat beïnvloeden. Ook lokale netwerkdruk bij de provider of werkzaamheden aan de aansluiting kunnen een meting tijdelijk lager maken. Eén test is daarom geen definitief bewijs van een structureel probleem.

Oorzaak 6: abonnementssnelheid en meetresultaat zijn niet hetzelfde

De snelheid van een internetabonnement is een maximale of verwachte snelheid onder bepaalde omstandigheden. Het meetresultaat kan lager zijn door overhead, netwerkgebruik, wifi en de gebruikte apparatuur. Bij kabel- en glasvezelverbindingen kunnen de download- en uploadsnelheid bovendien sterk verschillen. Bij DSL speelt de afstand tot de wijkcentrale of straatkast vaak een grotere rol.

Zo bepaal je waar het probleem zit

  1. Sluit een computer rechtstreeks met ethernet op het modem of de router aan.
  2. Stop tijdelijk downloads, streams, back-ups en updates op andere apparaten.
  3. Herstart het modem en wacht tot de verbinding volledig is hersteld.
  4. Voer meerdere tests uit op verschillende momenten en vergelijk download, upload, latency, jitter en packet loss.
  5. Herhaal de meting met een tweede apparaat om een probleem met de eerste computer uit te sluiten.
  6. Noteer of de afwijking alleen via wifi voorkomt of ook via ethernet zichtbaar is.

Praktische optimalisaties voor een betrouwbaardere speedtest

  • Gebruik bij voorkeur ethernet voor een nulmeting van de vaste verbinding.
  • Plaats de router vrij en centraal, niet in een kast of direct naast storende elektronica.
  • Kies een geschikte wifi-band en verbind het testapparaat met het juiste netwerk.
  • Werk de firmware van modem, router en netwerkadapter bij.
  • Vervang een verdachte of beschadigde ethernetkabel.
  • Voer de test op meerdere tijdstippen uit, bijvoorbeeld overdag en tijdens drukke avonduren.
  • Neem contact op met Ziggo als de snelheid via ethernet herhaaldelijk duidelijk laag blijft of als packet loss aanwezig is.

Wanneer is contact met de provider verstandig?

Neem contact op met de provider wanneer een bekabelde test op meerdere momenten een blijvende afwijking laat zien, terwijl je apparatuur en kabels in orde zijn. Geef de meetdatum, het tijdstip, het gebruikte apparaat en de waarden voor Mbps, latency, jitter en packet loss door. Daarmee kan de helpdesk gerichter onderzoeken of er een probleem is met het modem, de aansluiting of het netwerk.