Mbps naar MB/s in Speedtest: waarom de cijfers verschillen

Speedtest toont Mbps, terwijl downloads vaak in MB/s worden weergegeven. Hier lees je waarom de cijfers verschillen en wat je kunt controleren.

Gepubliceerd 2026-07-09 Laatst bijgewerkt 2026-07-09 Categorie: Gidsen

Zie je in Speedtest een hoge waarde in Mbps, maar lijkt een bestand veel langzamer binnen te komen in MB/s? Dat is meestal geen fout in je verbinding. Het gaat vaak om een anderheden, een andere meetmethode of tijdelijke netwerkdruk. Vooral bij glasvezel, kabelinternet en DSL kan dat verwarrend zijn.

Wat betekent Mbps en MB/s?

Mbps staat voor megabit per seconde en is de eenheid die speedtests en providers meestal tonen. MB/s staat voor megabyte per seconde en zie je vaker in downloadvensters van apps of browsers. Eén byte bestaat uit acht bits, dus een waarde in MB/s is grofweg acht keer lager dan dezelfde lijnsnelheid in Mbps.

Een verbinding van 100 Mbps levert in theorie dus ongeveer 12,5 MB/s op. In de praktijk ligt de echte downloadsnelheid vaak iets lager door protocoloverhead, serverkeuze en netwerkbelasting.

Waarom lijkt de snelheid in Speedtest soms anders?

Speedtest meet de prestaties van je internetverbinding op dat moment, niet de maximale snelheid van een specifiek downloadbestand. Daarom kan een test hoger of lager uitvallen dan wat je in een app ziet. Ook upload, latency, jitter en pakketverlies beïnvloeden hoe snel het netwerk aanvoelt.

Oorzaak 1: Mbps en MB/s zijn verschillende eenheden

De meest voorkomende oorzaak is een rekenfout. Wie 300 Mbps direct leest als 300 MB/s, verwacht onrealistisch veel. Deel Mbps door 8 om ongeveer naar MB/s om te rekenen. Een gemeten 240 Mbps komt dus uit op ongeveer 30 MB/s, nog vóór kleine overhead.

Oorzaak 2: Wi-Fi dempt je werkelijke snelheid

Bij draadloos internet verlies je snelheid door afstand tot de router, muren, storing van buren en drukke 2,4 GHz- of 5 GHz-kanalen. Op papier kan je abonnement snel zijn, maar een zwak Wi-Fi-signaal kan de gemeten download en upload flink drukken. Dit merk je vaak vooral op laptops, tablets en smartphones.

Oorzaak 3: Modem, router of bekabeling beperkt de lijn

Een oudere router, een modem dat niet goed synchroniseert of een slechte ethernetkabel kan de hoogste snelheid afknijpen. Dit komt regelmatig voor bij oudere apparatuur, losse adapters of apparaten die nog op een trage poort zijn aangesloten. Gebruik bij voorkeur een korte, goede netwerkkabel en controleer of je router de snelheid van je abonnement ondersteunt.

Oorzaak 4: Drukte bij provider of thuisnetwerk

In de avonduren of in een druk huishouden kan de bandbreedte worden gedeeld met meerdere apparaten. Streams, cloud-back-ups, game-updates en videobellen concurreren dan met je test. Bij providers zoals KPN, Ziggo of Odido kan wijkdrukte soms zichtbaar zijn; bij glasvezel ligt de oorzaak vaker thuis, terwijl DSL gevoeliger is voor afstand tot de straatkast.

Oorzaak 5: De testserver en de meetomstandigheden

Speedtest kiest een server op basis van afstand en route, en dat is niet altijd de server met de beste prestatie. Ook browser-extensies, VPN’s, antivirusfilters en achtergrondprocessen kunnen de meting beïnvloeden. Daardoor kan dezelfde verbinding op twee momenten verschillende uitkomsten geven.

Hoe beoordeel je het verschil?

Vergelijk de Speedtest-uitslag met wat je werkelijk verwacht. Zit je dicht bij de theoretische waarde van je abonnement, dan is het verschil meestal normaal. Gaat het veel lager, test dan eerst bekabeld, herhaal de meting op meerdere momenten en let op latency, jitter en pakketverlies. Als die waarden schommelen, wijst dat vaak op een instabiele verbinding of een Wi-Fi-probleem.

Hoe kun je de snelheid thuis verbeteren?

Begin met een test via ethernetkabel om Wi-Fi uit te sluiten. Zet de router centraler neer, kies een minder druk kanaal en gebruik waar mogelijk 5 GHz of Wi-Fi 6. Herstart modem en router, werk firmware bij en sluit onnodige downloads of updates af tijdens de meting.

  1. Test eerst bekabeld.
  2. Plaats de router centraler.
  3. Sluit achtergrondtaken af.
  4. Werk modem en router bij.

Blijft de meting structureel achter, neem dan contact op met je provider en deel meerdere testresultaten. Vermeld wanneer je hebt getest, via welk apparaat en of je bekabeld of draadloos zat. Dat maakt het voor de helpdesk makkelijker om modem, aansluiting of lijnkwaliteit gericht te beoordelen.