Eenheden van internetsnelheid: oorzaken van verschillen en problemen
Mbps en Gbps geven de overdrachtssnelheid van je internetverbinding aan. Toch kan een speedtest een lagere waarde tonen door wifi, netwerkdrukte, modeminstellingen, bekabeling of problemen bij de provider. Dit artikel legt uit hoe je het verschil herkent, meet en gericht oplost.
De eenheden van internetsnelheid bepalen hoe snel gegevens via je verbinding worden verzonden. Providers gebruiken meestal Mbps of Gbps voor downloadsnelheid en uploadsnelheid. Een hoge abonnementsnelheid betekent echter niet automatisch dat elk apparaat dezelfde snelheid haalt. De gemeten waarde wordt ook beïnvloed door wifi, de router, de gebruikte kabel, de afstand tot de testserver en de belasting van het netwerk.
Wat betekenen Mbps en Gbps?
Mbps staat voor megabit per seconde en Gbps voor gigabit per seconde. Eén gigabit is 1.000 megabit. Een verbinding van 1 Gbps heeft daarom een theoretische capaciteit van 1.000 Mbps. Let op het verschil tussen een bit en een byte: bestanden worden vaak weergegeven in MB of GB, terwijl internetsnelheden in Mb of Gb worden vermeld. Acht megabit komt ongeveer overeen met één megabyte per seconde, zonder rekening te houden met protocoloverhead.
Waarom wijkt de gemeten snelheid af?
Een speedtest meet de snelheid tussen jouw apparaat, de router en een externe testserver op één specifiek moment. De uitkomst is dus een momentopname en geen vaste eigenschap van het abonnement. Verschillen tussen de beloofde en gemeten snelheid kunnen meerdere oorzaken hebben.
Oorzaak: een instabiele wifi-verbinding
Wifi haalt vaak minder snelheid dan een bekabelde verbinding. Muren, vloeren, metalen objecten en andere draadloze netwerken kunnen het signaal verzwakken. Ook een apparaat dat alleen 2,4 GHz ondersteunt, kan een lagere snelheid halen dan een modern apparaat op 5 GHz of Wi-Fi 6. Meet daarom eerst dicht bij de router en vergelijk de uitkomst met een ethernetkabel.
Oorzaak: beperkte router- of modemhardware
Een oudere router kan moeite hebben met hoge downloadsnelheden, veel gelijktijdige apparaten of moderne wifi-standaarden. Controleer of de ethernetpoorten gigabit ondersteunen en of de firmware actueel is. Een modem van de ISP kan bovendien functies zoals beveiliging, ouderlijk toezicht of verkeersprioriteit uitvoeren die extra belasting veroorzaken.
Oorzaak: slechte kabels of netwerkpoorten
Een beschadigde kabel, een verouderde netwerkkabel of een poort die slechts 100 Mbps ondersteunt, kan de verbinding beperken. Gebruik bij een snelle glasvezel-, kabel- of DSL-aansluiting bij voorkeur een goed werkende Cat5e- of Cat6-kabel. Controleer ook de verbindingssnelheid die het besturingssysteem bij de ethernetverbinding toont.
Oorzaak: drukte bij het lokale netwerk of de provider
Tijdens drukke avonduren kan gedeelde capaciteit invloed hebben op de downloadsnelheid. Bij kabelinternet kan de lokale segmentbelasting een rol spelen; bij glasvezel en DSL kunnen andere netwerkonderdelen of storingen de prestaties beïnvloeden. Voer meerdere metingen uit op verschillende tijdstippen voordat je een probleem bij de ISP of operator meldt.
Oorzaak: andere apparaten gebruiken bandbreedte
Videostreaming, cloudback-ups, game-updates en videobellen kunnen de beschikbare bandbreedte verdelen. Vooral uploads kunnen ongemerkt volledig worden benut door synchronisatiediensten. Pauzeer deze activiteiten tijdelijk en test opnieuw. Controleer in de router welke apparaten actief verkeer veroorzaken als de snelheid op meerdere apparaten laag blijft.
Oorzaak: hoge latency, jitter of packet loss
Een verbinding kan voldoende Mbps tonen en toch traag of onstabiel aanvoelen. Latency is de vertraging, jitter is de variatie in die vertraging en packet loss betekent dat datapakketten verloren gaan. Deze problemen vallen vooral op bij online games, VPN-verbindingen en videogesprekken. Ze wijzen eerder op netwerkstabiliteit dan op een tekort aan downloadsnelheid.
Zo bepaal je de werkelijke oorzaak
- Sluit één computer rechtstreeks met een ethernetkabel op de router aan.
- Pauzeer downloads, uploads, streaming en cloudsoftware op andere apparaten.
- Herstart modem en router volgens de instructies van de ISP.
- Voer meerdere speedtests uit met verschillende testservers en op verschillende tijdstippen.
- Noteer downloadsnelheid, uploadsnelheid, latency, jitter en packet loss.
- Vergelijk de resultaten via ethernet met die via wifi.
Is de bekabelde snelheid structureel laag, controleer dan kabels, poorten en de actuele storingsinformatie van de ISP. Is alleen wifi traag, onderzoek dan de plaatsing van de router, het gekozen wifi-kanaal en de dekking in huis. Gebruik een speedtest als hulpmiddel, maar baseer een melding aan de provider op meerdere metingen.
Praktische optimalisaties
- Plaats de router centraal en vrij van metalen kasten en andere elektronische apparatuur.
- Gebruik ethernet voor vaste werkplekken, televisies en spelcomputers waar stabiliteit belangrijk is.
- Kies waar mogelijk 5 GHz of Wi-Fi 6 voor apparaten die hoge snelheid nodig hebben.
- Werk modem, router en netwerkadapters bij met recente firmware en stuurprogramma's.
- Schakel onnodige downloads, back-ups en synchronisatie tijdelijk uit.
- Vraag de ISP om lijnwaarden, storingen en de maximale snelheid op jouw aansluiting te controleren.
Een juiste interpretatie van Mbps en Gbps voorkomt dat alleen naar het hoogste getal wordt gekeken. Door eerst bekabeld te meten en daarna wifi, netwerkbelasting en stabiliteit afzonderlijk te controleren, kun je meestal bepalen of de oorzaak bij het apparaat, de thuisinstallatie of de provider ligt.
